Het was tijdens mijn stage in het crematorium. In 2008 liep ik voor mijn opleiding een aantal dagen mee in crematorium Daelwijck in Utrecht. Heel leerzaam, je ziet heel veel uitvaarten aan je voorbij trekken. Tegenwoordig zouden dat rond de 6 uitvaarten per dag zijn, in die tijd waren het 12. Het waren allemaal zgn. ABCtjes, de term die vroeger gebezigd werd door de uitvaartbranche over een afscheid met weinig sprekers en 3 ‘stukjes muziek’. Gelukkig is er in de afgelopen jaren veel veranderd!
Bij 1 van die uitvaarten kwam een gezelschap binnen in campingsmoking, gekleed in glimmend paars, roze en gele trainingspakken. Veel kleur, veel tatoeages, veel verdriet ook, maar met weinig geld.
De uitvaartbegeleider opende met het voorlezen van een brief. De echtgenoot was niet in staat om het voor te lezen, die zat huilend vooraan, ondersteund door zijn kinderen. Hij bedankte haar voor alle keren dat ze het gezin had ondersteund als hij met vakantie was. Gaandeweg de brief kwam het woord vakantie meermaals terug. Achter in de zaal fantaseerde ik waar deze meneer nou zo vaak naar toe zou gaan c.q. waar hij die vakanties van zou kunnen betalen; hij zag er eerlijk gezegd nogal sjofel uit.
De rest van de dag hield het mij bezig. Waarom ging zijn vrouw niet mee, zou zij voor al die kinderen thuis zijn gebleven? Ik vond het een fascinerende vraag en vroeg tijdens de lunch aan mijn stagebegeleidster wat zij ervan dacht. Ze keek mij met open mond aan en schoot toen vreselijk in de lach! Met de term ‘met vakantie’ wordt ‘de gevangenis’ bedoeld. Deze man was een draaideur crimineel en werd om te havenklap opgepakt.
Je begrijpt dat ik met een rood hoofd zat, ik voelde me een ongelofelijke naïeve tut hola.